|
Kurken
In 1681, in de abdij van Hautvillers ( Frankrijk ), zette de benedictijn Dom Pierre Perignon de deur open voor de “champenoise”- methode die de vervaardiging zou mogelijk maken van de Franse champagne, de Italiaanse spumante of de Catalaanse cava. Na waargenomen te hebben dat de wijnen van de Champagnestreek de neiging hebben om spontaan te bruisen, ontdekte hij dat de toevoeging van een bepaalde dosis suiker bij de nieuwe wijn dit bruiseffect garandeerde.
Die ontdekking zou echter geen enkele bruikbaarheid gehad hebben zonder te beschikken over een efficiënte stop, waterdicht en tegelijkertijd doorlaatbaar voor een bepaalde wisseling van gassen. Zonder kurken zou men inderdaad geen champagne hebben. Gedurende de 18de en 19de eeuw was Catalonië het centrum bij uitstek van de kurkindustrie, een leiderschap dat zij vanaf het einde van de vorige eeuw met Portugal en sinds de eerste decennia van de 20ste eeuw met Sardinië moest delen.
Almoners de stop te maken moet men een reeks voorafgaande stappen ondernemen. De kurkplanken ( “pannes” ) worden van het bos naar de fabriek gevoerd. Dan moet men ze beginnen te koken om het overblijvend sap en het looizuur te verwijderen, de soepelheid verhogen en ze kunnen effenen. Vervolgens neemt de “toscador” met een metaalspons de meest onverharde laag af van de schors van de reeds gekookte kurk ( de oppervlakkige en ruwe laag ); de kurk wordt per omvang en kwaliteit geklasseerd en gesneden in stroken ( vroeger ook in blokjes gesneden toen de stoppen nog met de hand gemaakt werden ) ; en dan pas gebeurt de eigenlijke vervaardiging van de kurk. Vroeger gebeurde dat op een ambachtelijke wijze en tegenwoordig doet men het machinaal. Uiteindelijk moet men dan nog de stoppen wassen en de merknaam van het huis erin brandschilderen. Nu komt de kurkindustrie vooral in Catalonië voor, meer bepaald in enkele dorpen van de provincie Gerona, namelijk Cassà de la Selva, Santa Coloma de Farners, Sant Feliu de Guíxols, Vidreres en Palafrugell. Zowel de kurken van de wijnflessen als van de champagneflessen worden machinaal gemaakt. Vroeger was dit het werk van ambachtsmannen, de “tapers”, waarvan er in Tossa veel aanwezig waren. De “tapers” werden als beschaafd volk beschouwd aangezien ze al werkend over verscheidene onderwerpen converseerden of naar de voorlezing van boeken luisterden.
De kurken voor bruisende wijnen hebben een complexere samenstelling dan gewone kurken. De stop voor “cava” werd vroeger geheel uit natuurlijke kurk vervaardigd maar nu maakt men voor die stop een gedeelte agglomeraat ( het bovenste gedeelte van de stop ) en een ander gedeelte samengesteld uit schijven van natuurlijke kurk ( het onderste gedeelte van de stop dat in aanraking komt met de vloeistof ). Het agglomeraat maakt men door stukjes kurk vast te lijmen.
Men kan tegenwoordig een bezoekje brengen aan het kurkmuseum ( Museo del Suro ) te Palafrugell.
|
|